De filosofie van vedanta

Vedanta leert dat Brahman de uiteindelijke en enige werkelijkheid is, eeuwig, oneindig en onveranderlijk. Wat wij ervaren als werkelijkheid (Maya), is daarvan een projectie: eindig, beperkt en vergankelijk. Deze leer van non-dualisme is in zijn meest radicale vorm onder woorden gebracht door Sankara (omstreeks 800 na Chr.) en wordt Advaita-vedanta genoemd. Het universum is een kosmische illusie. De kijk die wij op de wereld en op ons zelf hebben berust op een misvatting waarin we zelf verstrikt zijn geraakt.
Ramanuja (1055-1137) leerde dat alle levende wezens en alle materie, deel zijn van Brahman. Deze leer van het gekwalificeerd non-dualisme erkent het werkelijkheidsgehalte van de wereld, maar alleen als lila, het spel van God. Een latere leraar Madhva (geb.1199) ging er vanuit dat er alleen van kennis sprake kan zijn als hij die kennis heeft en datgene wat gekend wordt ook werkelijk bestaan. Volgens deze leer van het dualisme zijn God de wereld en de mens dan ook volstrekt verschillend.
Volgens de moderne vedantaleer van Ramakrishna (1836-1886) en zijn leerling Vivekananda (1863-1902) zijn bovengenoemde filosofieën niet met elkaar in tegenspraak. Zij vormen een afspiegeling van de spirituele ontwikkeling van de mens: van dualisme via gekwalificeerd non-dualisme naar non-dualisme. In deze opvatting leiden alle wereldgodsdiensten, niet alleen de theïstische (jodendom, christendom en islam), maar ook de non-theïstische (boeddhisme), naar hetzelfde doel: het ervaren van de uiteindelijke realiteit. Of, zoals het in de verschillende religies wordt omschreven: het realiseren van Brahman, het ervaren van Nirvana, het ingaan in het Koninkrijk Gods. Het oudste geschrift van de Hindoes de Rigveda leerde al: “Ekam sat vipra bahudha vadanti”, de waarheid is één, wijzen benoemen haar op velerlei manieren, of in de woorden van Sri Ramakrishna: “God is één, de mensen noemen Hem bij verschillende namen en aanbidden Hem in verschillende vormen.” En dit spreekt de openbaringen van de oude wijzen en heiligen van India niet tegen. Wij zijn kinderen van dezelfde God, of we Hem nu al naargelang onze voorkeur Vader of Moeder noemen. Feitelijk zijn we dus allemaal broeders en zusters waar we ook wonen en welke religie we ook volgen volgens onze tradities en geloofsovertuiging. De Vedanta aanvaardt en respecteert alle grote religieuze leraren en hun leer, die de mensheid behulpzaam zijn bij haar geestelijke ontwikkeling.

 

 

Ontwikkeling van Vedanta

India heeft sinds het begin van de menselijke beschaving grote, spiritueel verlichte geesten voortgebracht zoals Rama, Krishna, Boeddha, Chaitanya en Ramakrishna. Wij noemen hen incarnaties van God. Sri Ramakrishna is van hen één van de recentste. Hij werd in 1836 in een Bengaals dorp uit godvruchtige Brahmaanse ouders geboren. Hij deed intense spirituele oefeningen in zijn jeugd, toen hij priester was van de Kalitempel in Dakshineswar bij Calcutta, en hij kreeg een visioen van de Goddelijke Moeder . Naast de verschillende vormen van religieuze praktijken van het hindoeïsme beoefende hij ook het Christendom en de Islam en daarbij kreeg hij een visioen van Christus en van Mohammed. Uit eigen ervaring verkondigde hij: “Zoveel geloven, zoveel wegen.” Hij leerde de eenheid en de harmonie van alle religies en hij heeft enkele jongelingen, die studeerden aan de universiteit van Calcutta, getraind om zijn ruime boodschap van de Vedanta te verspreiden. Na zijn overlijden in 1886 aanvaardden zijn leerlingen het kloosterleven en schaarden zij zich onder de leiding van de toekomstige Swami Vivekananda volgens de instructies van hun Goeroe.

Swami Vivekananda bracht de Vedanta voor het eerst naar het Westen als Hindoe monnik tijdens zijn deelname aan het Parlement van Religies in Chicago (VS) in 1893. Na de Vedanta met succes verkondigd te hebben in Amerika en Engeland, keerde de swami terug naar India en stichtte daar in mei 1897 een organisatie genoemd naar zijn Goeroe, de Ramakrishna Mission. Momenteel zijn het Hoofdkwartier van de kloosterorde (Ramakrishna Math) en dat van de Ramakrishna Mission gevestigd in Belur Math dichtbij Calcutta (Kolkata) aan de oever van de Ganges. Er zijn wereldwijd ongeveer 150 centra. De Ramakrishna Mission houdt zich bezig met verschillende soorten charitatieve en filantropische activiteiten in India (vooral onderwijs en medische zorg), terwijl de Mathcentra de boodschap van Vedanta in het Westen verspreiden.

Vedanta werd in Nederland geïntroduceerd door de Stichting Yoga Nederland. Zij organiseerden met Swami Ranganathananda, een senior monnik van de Ramakrishna Orde, vele lezingen en retraites. Om meer recht te doen aan de activiteiten van deze stichting werd op voordracht van Swami Ranganathananda de naam Stichting Yoga Nederland gewijzigd in Stichting Yoga & Vedanta. In 1990 werd als onderdeel van de Ramakrishna Mission in India de Ramakrishna Vedanta Vereniging Nederland opgericht waarmee de Stichting Yoga & Vedanta sinds die tijd nauwe banden onderhoudt.